Ook een vakproject kan informatief zijn.
“Universitair project: maakt een appconcept.”
“Voert in een seminarieteam van vier personen vijf gebruikersgesprekken voor een afsprakenapp, analyseert terugkerende problemen en presenteert een klikbaar prototype.”
Noem teamgrootte, methoden en resultaat alleen wanneer ze bij jouw project horen.
Een volgorde die past bij waar je staat
Begin met naam en contact. Daarna kan een kort profiel volgen als het doel en basis duidelijk verbindt. Opleiding, stages, bijbanen tijdens de studie en relevante projecten mogen vóór een korte lijst met losse bijbanen staan. Wat telt is wat voor de beoogde functie het meest informatief is.
Een puur decoratief vaardighedenblok helpt weinig. “Samenwerken” wordt pas interessant wanneer een project laat zien hoe je in een team werkte.
Hoe een project bewijs wordt
Te mager: “Universitair project: maakt een appconcept.” Concreter: “Ontwikkelt in een team van vier een concept voor een afsprakenapp, voert vijf gesprekken met mogelijke gebruikers en presenteert de resultaten met een klikbaar prototype.”
Het voorbeeld toont rol, aanpak en resultaat. Voeg cijfers en methoden alleen toe wanneer ze bij jouw project horen. Was jij verantwoordelijk voor onderzoek, claim dan geen volledige productontwikkeling.

Gebruik bijbanen en vrijwilligerswerk op de juiste manier
Werk buiten je vakgebied kan toch relevante taken bevatten: klantgesprekken, overdracht van diensten, organisatie, documentatie of nieuwe mensen inwerken. Noem het werk eerlijk en kies alleen de kanten die bij de beoogde functie passen. Een bijbaan hoeft achteraf niet tot een managementrol te worden herschreven.
Wat je kunt weglaten
Lege voortgangsbalken, zachte vaardigheden die je niet kunt aantonen, en lange beschrijvingen van vroege schoolrollen kosten ruimte. Laat het CV liever iets korter dan het te vullen met stellingen die in het gesprek niet standhouden. Controleer aan het eind of het belangrijkste project te vinden is zonder lang te zoeken.
GA DOOR
Geef je ervaring een leesbare vorm.
Begin bij je huidige functie. Noteer de functie, de data en twee concrete bijdragen. Kies daarna pas de opmaak.
